Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. zwaartepunt (het ~ | meervoud zwaartepunten)
    punt v.e. lichaam mbt. zwaartekracht
  2. zwaartepunt (het ~ | meervoud zwaartepunten)
    het voornaamste deel van een geheel
    "het zwaartepunt ligt in/op iets"
    Synoniemen: kern, essentialia, essentie, grond, hoofdpunt, hoofdzaak, hypostase, kernpunt, kwintessens, wezen, primaat, substantie
  3. zwaartepunt (het ~ | meervoud zwaartepunten)
    snijpunt in driehoek
  4. zwaartepunt
    een punt waaromheen het gewicht van een voorwerp gelijkelijk is verdeeld
    "Het zwaartepunt van een potlood ligt ongeveer in het midden."
  5. zwaartepunt
    de hoofdzaak, de kern
    "Het zwaartepunt van dat bedrijf ligt in de import."

Voorbeeldzinnen

  1. = zwaartepunt
  2. zwaartepunt femur
  3. Zwaartepunt 1
  4. Zwaartepunt 3
  5. zwaartepunt tibia
  6. Zwaartepunt 2
  7. Prioritair zwaartepunt
  8. Zwaartepunt 4
  9. Belading, massa en zwaartepunt
  10. Hoogte van het zwaartepunt