Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. zwaarte (de ~)
    afmeting, sterkte
    "de zwaarte van de opleiding/poolexpeditie viel mee"
  2. zwaarte (de ~)
    waarde; mate van belangrijkheid; mate van belangrijkheid; belang; belang; waarde
    "de zwaarte van een kwestie"
    Synoniemen: betekenis, gewicht, gewichtigheid, importantie, significantie, waarde, belang
  3. zwaarte (de ~)
    omvang v.d. zwaartekracht van iets; gewicht; gewicht
    Synoniemen: gewicht, massa
  4. zwaarte (de ~)
    drukkend gevoel
    "een gevoel van zwaarte in het hoofd hebben"
  5. zwaarte
    het gewicht
    "De zwaarte van een vrachtwagen is erg groot."
  6. zwaarte
    de ernst
    "De zwaarte van de misdaad is groot."

Voorbeeldzinnen

  1. Zwaarte
  2. Zwaarte van de inbreuk
  3. Zwaarte van de door de bewerkingsbedrijven gemaakte inbreuk
  4. Dit advies betreft de opportuniteit en de zwaarte van de sanctie.
  5. Het basisbedrag wordt op basis van de zwaarte en de duur van de inbreuk vastgesteld.
  6. Het basisbedrag van de voor de zwaarte van de inbreuk vastgestelde geldboete wordt daarom met 30 % verhoogd.
  7. Het basisbedrag van de voor de zwaarte van de inbreuk vastgestelde geldboete wordt daarom met 10 % verhoogd.
  8. Het basisbedrag van de voor de zwaarte van de inbreuk vastgestelde geldboete wordt bijgevolg voor iedere onderneming verhoogd met 35 %.
  9. De basisbedragen van de voor de zwaarte van de inbreuk vastgestelde geldboete worden daarom met 45 % verhoogd.
  10. Bijgevolg kan de inbreuk als een inbreuk van lange duur worden beschouwd, waardoor het op grond van de zwaarte van de inbreuk bepaalde bedrag met 65 % wordt verhoogd.