Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. zooi (de ~ | meervoud zooien)
    grote hoeveelheid
    "een hele zooi [boeken/kinderen]"
    Synoniemen: hoop, bende, berg, kwak, lading, massa, schep, stelletje, stoot, troep, veelheid, vracht, zwik, pak, smak, bom, bulk, sjees, boel
  2. zooi
    warboel, puinhoop
    "Ik maakte er een zooitje van."
  3. zooi
    kooksel; dat wat langdurig samen gekookt wordt