Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. zindelijk
    vrij van vuil of ongerechtigheden
    "een zindelijk tafelkleed"
    Synoniemen: hygiƫnisch, proper, rein, schoon, helder, fris, zuiver
  2. zindelijk
    natuurlijke behoeften beheersend
    "een zindelijke hond/kind"
  3. zindelijk
    ethisch of rationeel zuiver
    "een zindelijke argumentatie"

Voorbeeldzinnen

  1. Is het zindelijk?
  2. De ligruimte moet comfortabel en zindelijk zijn, over een behoorlijke afvoer beschikken en mag niet schadelijk zijn voor de kalveren.