Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. zedig
    vol deugd, braaf
    "een zedige blik"
    Synoniemen: onbedorven, onbezoedeld, onschuldig, onverdorven, rein, schoon, zuiver, deugdzaam, eerbaar, eerzaam
  2. zedig
    zich volgens de morele zeden gedragend
    "Zij was altijd een zedige jonge vrouw geweest, maar haar zuster was een lellebel."