Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. zakelijk
    kort samengevat
    "zakelijke stijl"
    Synoniemen: beknopt, bondig, concies, gecomprimeerd, geserreerd, gedrongen
  2. zakelijk
    verstandig, zakelijk
    "iets zakelijk benaderen"
    Synoniemen: pragmatisch, praktisch, prozaïsch, koel, nuchter, realistisch, reëel
  3. zakelijk
    mbt. de of een universiteit; universitair; mbt. wetenschap
    Synoniemen: universitair, academisch, wetenschappelijk, koel, nuchter
  4. zakelijk
    mbt. de handel; mbt. Zaken
    "na het zakelijk gedeelte, gingen de zakenmensen samen lunchen"
    Synoniemen: commercieel
  5. zakelijk
    zich niet in de praktijk voordoend
    Synoniemen: theoretisch, papieren, academisch, koel, nuchter
  6. zakelijk
    slaafs
    Synoniemen: schools, koel, nuchter
  7. zakelijk
    zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is
    "Hij benaderde deze geruchtmakende materie een uiterst zakelijke wijze."
  8. zakelijk
    tweede betekenisomschrijving.
    "Zin met het zakelijk in de tweede betekenis erin."

Voorbeeldzinnen

  1. Zakelijk beheer
  2. Niet-zakelijk/zakelijk onroerend goed
  3. E-mail (privé, zakelijk).”.
  4. Telefoonnummers (mobiel, privé, zakelijk);
  5. E-mail (privé, zakelijk).
  6. Zakelijk beheer (192)
  7. Hun bijdragen zijn kort, doelgericht en zakelijk.
  8. Door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed gedekte vorderingen
  9. Door hypotheken op zakelijk onroerend goed gedekte vorderingen
  10. kredietinstellingen toestaan een LGD van 30 % toe te kennen aan niet-achtergestelde vorderingen die gedekt zijn door niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed.