Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. woedend
    razend; woedend; hoog opschietend; erg kwaad; giftig; heel boos; woedend; furieus; woedend; erg kwaad; erg kwaad; witgloeiend
    "woedend op iemand/iets zijn"
    Synoniemen: bloedlink, duivels, fulminant, furieus, laaiend, pisnijdig, pissig, rabiaat, rebels, spinnijdig, ziedend, razend, woest, giftig, hels, witheet
  2. woedend
    bijzonder boos
    "Zijn woedende vader gaf hem een week huisarrest."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik was woedend.
  2. Kleurloze groene idee├źn slapen woedend.
  3. Dit antwoord maakte hem woedend.
  4. Dit bericht maakte Al-Sayib zo woedend, dat hij nogmaals Fanta morste.