Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. wezenlijk
    de grondslag rakend
    "een wezenlijk(e) verschil/onderscheid/verandering/verbetering"
    Synoniemen: fundamenteel, basaal, essentieel, kardinaal, primordiaal, principaal, principieel, structureel, substantieel, vitaal, elementair
  2. wezenlijk
    fundamenteel.
    "Hier zien we toch wel een wezenlijk verschil."
  3. wezenlijk
    echt bestaand
    "Het is gebleken dat dat dus wel degelijk een wezenlijk dier is."

Voorbeeldzinnen

  1. Ook de garanties verschilden wezenlijk.
  2. Met name is het regelmatig opnieuw aanbrengen van wezenlijk belang.
  3. De privatisering van BB was een wezenlijk onderdeel van het door de Commissie goedgekeurde herstructureringsplan.
  4. Correctie voor seizoensinvloeden is een wezenlijk onderdeel van de opstelling van kortetermijnstatistieken.
  5. Een wezenlijk deel van deze inkrimpingen zijn het gevolg van het opgeven van de kredietsubstituutactiviteiten.
  6. De toevoeging van een expansievat of koeler mag de samenstelling van de uitlaatgassen niet wezenlijk beïnvloeden.
  7. de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd, en
  8. Ten slotte bieden zonbeschermingsfactoren boven de 50 geen wezenlijk betere bescherming tegen UV-straling.
  9. „Voertuigtype” (met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit): voertuigen die onderling niet wezenlijk verschillen op punten zoals:
  10. Het is daarom van wezenlijk belang dat de boekhoudkundige organisatie in de uitvoeringsvoorschriften nader wordt gespecificeerd.