Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vurig
    erg, geweldig
    "vurig verlangen naar iets"
    Synoniemen: hevig, sterk, hard, zwaar, ernstig, fel, stevig, erg, heftig, krachtig, straf, vet
  2. vurig
    door hartstochten gedreven
    "als de eerste vurige verliefdheid voorbij is, maakt de euforie plaats voor de nodige teleurstelling"
    Synoniemen: hartstochtelijk, gepassioneerd, vlammend, fel
  3. vurig
    niet twijfelend
    Synoniemen: overtuigd, fervent, bezield, ijverig
  4. vurig
    mbt. vuur
    "vurige kolen"
  5. vurig
    met brandende hartstocht
    "Zijn vurigste verlangen ging daarmee in vervulling."

Voorbeeldzinnen

  1. Vrouwen houden van mannen zoals ze van koffie houden: sterk en vurig om hen de hele nacht wakker te houden.