Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. voortvarend
    flink aanpakkend
    "voortvarend te werk gaan"
    Synoniemen: doortastend, besluitvaardig, daadkrachtig, slagvaardig

Voorbeeldzinnen

  1. Het aangezochte gerecht treedt voortvarend op.
  2. De bewaring is zo kort mogelijk en duurt niet langer dan de voortvarend uitgevoerde voorbereiding van de verwijdering.
  3. De kamer van beroep gaat bij het onderzoek van het beroep volgens lid 1 voortvarend te werk.
  4. Een volgende stap werd gezet met het door de Raad op 5 november 2004 goedgekeurde Haags Programma, dat ertoe oproept voortvarend verder te werken aan het Europees betalingsbevel.
  5. Boeken van verdere vooruitgang met de opheffing van resterende restricties inzake kapitaalverkeer; opheffen van alle restricties inzake de aankoop van onroerend goed door EU-burgers, overeenkomstig de SAO, en zorgen dat alle aanvragen van EU-burgers voor de aankoop van onroerend goed voortvarend worden afgehandeld.