Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. voorman (de ~ | meervoud voormannen)
    opzichter; hoofd v.d. werklieden
    "een meewerkend voorman"
    Synoniemen: ploegbaas, meesterknecht, onderbaas, opzichter
  2. voorman (de ~ | meervoud voormannen)
    iemand die voor een ander in de rij staat
  3. voorman (de ~ | meervoud voormannen)
    op de voorgrond tredende figuur
    "de voorman van de SP"
    Synoniemen: kopstuk, big boss, big shot, bobo, hotemetoot, hotemetotem, kanon, prominent, topman, VIP, bons
  4. voorman
    een leider, een ploegbaas