Betekenis

Werkwoord

  1. voeren
    in uitvoering hebben; organiseren
    "het bevel voeren"
    Synoniemen: houden
  2. voeren
    (van een weg) zich uitstrekken
    "regelrecht naar zee voeren"
    Synoniemen: leiden, lopen
  3. voeren
    van voering voorzien
    "een rok/jas voeren"
  4. voeren
    in een bepaalde richting doen gaan
    "het land naar de [ondergang/afgrond] voeren"
    Synoniemen: leiden
  5. voeren
    geleiden, ergens heen brengen
    "De gijzelaar werd geblinddoekt naar het schavot gevoerd."
  6. voeren
    kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien
    "Deze jas is met bont gevoerd."
  7. voeren
    dieren te eten geven
    "Voer dat maar aan de varkens!"
  8. voeren
    een kind eten in de mond stoppen
    "Het duurt uren om Jantje te voeren."

Voorbeeldzinnen

  1. Laat mij het woord voeren.
  2. Wij voeren koffie in uit Brazilië.
  3. Dokters weigerden om een tweede operatie uit te voeren.
  4. Het is een goed idee, maar moeilijk om uit te voeren.
  5. Ze was niet rijk genoeg om haar hond elke dag vlees te voeren.
  6. Hij was zo vriendelijk ons met zijn boot naar het eiland te voeren.
  7. Uit te voeren acties
  8. uit te voeren berekeningen:
  9. Voeren van een beroepstitel
  10. Uit te voeren acties