Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vitaal
    kracht en lust tot leven bezittend
    "vitale bejaarden"
    Synoniemen: kwiek, levenskrachtig, sthenisch, vief, kras
  2. vitaal
    de grondslag rakend
    "van vitaal belang"
    Synoniemen: fundamenteel, basaal, essentieel, kardinaal, primordiaal, principaal, principieel, structureel, substantieel, wezenlijk, elementair
  3. vitaal
    tot het leven als zodanig behorend
    "vitale delen van je lichaam"

Voorbeeldzinnen

  1. Deze strategie is immers van vitaal belang om de onderneming opnieuw rendabel te maken.
  2. Het is dan ook van vitaal belang dat het personeel regelmatig medisch wordt gescreend.
  3. Alle belangrijke economische mogendheden hebben erkend dat technologisch onderzoek en ontwikkeling inzake metrologie vitaal is voor een duurzame economische groei.
  4. Metrologie is een multidisciplinair wetenschappelijk gebied dat een vitaal onderdeel is van een moderne, op kennis gebaseerde maatschappij.
  5. Zij wijst er evenwel op dat de overeenkomsten van vitaal belang zijn voor de economische activiteiten van de dochterondernemingen.
  6. De huidige economische vertraging zal de werkloosheid echter doen toenemen, waardoor een actief arbeidsmarktbeleid van vitaal belang wordt.
  7. Een sterk en open systeem van wereldwijd geldende handelsvoorschriften is van vitaal belang voor de Europese economie.
  8. de afwezigheid van een aangetoond vitaal belang van de routes voor de economische ontwikkeling van de regio's van Sardiniƫ waarin de betrokken luchthavens gelegen zijn;
  9. Een concurrerende dienstenmarkt is van vitaal belang voor de bevordering van de economische groei en de werkgelegenheid in de Europese Unie.
  10. Bovendien drijft de medewerkende importeur ook handel in een groot aantal andere producten, zodat het betrokken product voor hem niet van vitaal belang is.