Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. vierkant (het ~ | meervoud vierkanten)
    figuur met vier rechte, gelijke zijden
  2. vierkant
    geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit 4 gelijke hoeken van 90 graden en 4 zijden met gelijke lengte

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vierkant
    kwadratisch
    "[12] vierkante meter"
  2. vierkant
    krachtig, stevig
    "een vierkante kin"
    Synoniemen: fors, breedgebouwd, fiks, flinkgebouwd, forsgebouwd, grofgebouwd, potig, robuust, zwaargebouwd, stevig, flink, groot
  3. vierkant
    met vier gelijke kanten
    "een vierkante tuin/tafel/toren"
  4. vierkant
    met de vorm van een vierkant
    "Vierkante tafel, vierkante meter."

Bijwoord

  1. vierkant
    onverzettelijk, geheel en al
    "Ik sta er vierkant achter."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. vierkant is een vervoeging van vierkanten

Voorbeeldzinnen

  1. Vierkant
  2. Hout, enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd
  3. vierkant of rechthoekig
  4. Lijndikte vierkant 3 mm
  5. met vierkant of rechthoekig profiel
  6. Hout, onbewerkt, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd
  7. artikelen die anders dan vierkant of rechthoekig zijn gesneden;
  8. Naaldhout, onbewerkt, anders dan behandeld met verf, met creosoot of met andere conserveringsmiddelen, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd
  9. Hout, onbewerkt, behandeld met verf, met creosoot of met andere conserveringsmiddelen, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd
  10. Eikenhout (Quercus spp.), onbewerkt, anders dan behandeld met verf, met creosoot of met andere conserveringsmiddelen, ook indien ontschorst, ontdaan van spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd