Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vet
    gezet; dik; dik; van mensen; corpulent; corpulent; zwaarlijvig
    "hij is zo vet als modder"
    Synoniemen: corpulent, lijvig, dik, zwaarlijvig, buikig, gezet
  2. vet
    erg, geweldig
    "vet cool"
    Synoniemen: hevig, sterk, hard, zwaar, ernstig, fel, stevig, erg, heftig, krachtig, straf, vurig
  3. vet
    leuk; leuk; erg goed
    "een vette film"
    Synoniemen: tof, gaaf
  4. vet
    met veel vet of oliƫn
    "het eten is erg vet"
    Synoniemen: vetrijk
  5. vet
    dik gedrukt; van letters
    "vet gedrukt"
    Synoniemen: vetgedrukt

Zelfstandig naamwoord

  1. vet (het ~ | meervoud vetten)
    stof in weefsels als reservebrandstof; weefsel met vet
    "iemand zijn vet geven"
    Synoniemen: smeer, vetweefsel
  2. vet (het ~ | meervoud vetten)
    kookproduct
    "vloeibare/plantaardige/dierlijke vetten"
  3. vet
    een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren
    "'Vetten' kennen we als gladde vloeistoffen en smeermiddelen."
  4. vet
    gespecialiseerd dierlijk weefsel
  5. vet
    dierlijke of plantaardige brandstof

Verwijzingen

Werkwoord

  1. vet is een vervoeging van vetten

Voorbeeldzinnen

  1. Hoe vet zou het zijn als Obama een mooi, dik afrokapsel zou laten staan?
  2. % vet
  3. Vet. nr.
  4. Vet (mengsels)
  5. Dierlijk vet
  6. Vet. Nr.
  7. Plantaardig vet
  8. Vet (MMP)
  9. Ruw vet
  10. Vet. nr.