Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. verstoord
    geprikkeld; boos; ontstemd; kregel; geprikkeld; geprikkeld; kregel; geïrriteerd; geprikkeld; geprikkeld
    "een verstoorde reactie"
    Synoniemen: geïrriteerd, gecrispeerd, geprikkeld, gramstorig, ibbel, iebel, korzelig, kregel, kregelig, kribbig, kriegel, kriegelig, wrevelig, kriebelig

Verwijzingen

Werkwoord

  1. verstoord is een vervoeging van verstoren

Voorbeeldzinnen

  1. De mededinging wordt niet verstoord.
  2. Voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici).
  3. De markt voor pluimveevlees is hierdoor ernstig verstoord.
  4. Verder wordt de mededinging verstoord of dreigt deze te worden verstoord doordat er sprake is van een voordeel voor Alas Slovakia s.r.o. en zijn producten.
  5. van bepaalde categorieën personen wier assimilatieproces of stofwisseling is verstoord; of
  6. Voorts moet nog nader worden gedefinieerd wanneer de markt als verstoord wordt beschouwd.
  7. De voorgestelde formule werd evenwel niet geschikt geacht omdat de resultaten hierdoor zouden worden verstoord.
  8. Voorts is CWP van mening dat de mededinging niet wordt verstoord.
  9.  De concurrentie tussen beleggers en tussen investeringsfondsen wordt zo min mogelijk verstoord, hetgeen blijkt uit:
  10. Voorts moet nog nader worden gedefinieerd wanneer de markt als verstoord wordt beschouwd.