Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. verslingerd
    dol; stapel; dol op; dol; verzot; gek (op); zeer gesteld op; zeer vol zijn van; met een zeer sterke geslachtsdrift
    "verslingerd zijn aan [golf/historische romans]"
    Synoniemen: stapel, tuk, verkikkerd, verzot, dol, wild, gek, bezeten, geil

Verwijzingen

Werkwoord

  1. verslingerd is een vervoeging van verslingeren