Betekenis

Werkwoord

  1. vermenigvuldigen
    tot een veelvoud maken, in aantal doen toenemen
    "niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd"
    Synoniemen: verveelvoudigen
  2. vermenigvuldigen
    tot een stapel aangroeien
    "zich snel/sterk/'in hoog tempo' vermenigvuldigen"
    Synoniemen: opstapelen, ophopen
  3. vermenigvuldigen
    het herhaald optellen van een getal; een rekenkundige bewerking waarvan de uitkomst het product wordt genoemd
    "Het vermenigvuldigen van twee met drie geeft als resultaat zes."

Voorbeeldzinnen

  1. Ratten vermenigvuldigen zich snel.
  2. "En trouwens," haastte Dima zich toe te voegen, terwijl hij zijn rekenmachientje tevoorschijn haalde en 0,99 deelde door 3.000.000, alvorens het te vermenigvuldigen met 100, "u realiseert zich toch wel dat u maar 0,0033% zou verliezen, hè?"
  3. door het resultaat van b) te vermenigvuldigen met 0,66;
  4. wanneer het gaat om invertsuiker, door de productie daarvan met de coëfficiënt 1 te vermenigvuldigen;
  5. door het aldus verkregen verschil te vermenigvuldigen met de totale toegewezen uitgaven;
  6. De risicopremie voor de specifieke inbreng wordt berekend door de marktrisicopremie te vermenigvuldigen met de bètafactor.
  7. De waarden worden berekend door de productie per eenheid te vermenigvuldigen met de prijs af boerderij.
  8. De tonnagebelasting wordt rechtstreeks berekend door de belastingtarieven te vermenigvuldigen met de reële tonnage.
  9. Druk het resultaat uit als percentage glucose, of eventueel sacharose door vermenigvuldigen met de factor 0,95.
  10. De risicopremie voor de betrokken investering wordt berekend door de marktrisicopremie te vermenigvuldigen met de bètafactor.