Betekenis

Werkwoord

  1. vergaderen
    bijeenkomen
    "elke maandag vergaderen"
  2. vergaderen
    uit verschillende richtingen of bronnen bijeenbrengen
    "iemands as vergaderen"
    Synoniemen: verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, accumuleren, ophopen, opeenhopen
  3. vergaderen
    in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
    "We moeten nog een tijdstip afspreken om volgende week te vergaderen."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. vergaderen is een vervoeging van doorvergaderen

Voorbeeldzinnen

  1. Laten we hier een keer per week vergaderen.
  2. Het comité kan alleen geldig vergaderen als een meerderheid van zijn leden aanwezig is.
  3. De contactpunten van het netwerk vergaderen ten minste eenmaal per halfjaar, overeenkomstig artikel 12.
  4. Het kan evenwel, op grond van een bijzonder besluit, vergaderen in een stad in een van de ACS-staten.
  5. De voorzitter van het samenwerkingscomité stelt, na instemming van de beide delegaties, de datum en de plaats van vergaderen vast.
  6. De EAVO-groepen vergaderen gewoonlijk in de kantoren van de Commissie overeenkomstig de door haar vastgestelde procedures en data.
  7. De groep en haar subgroepen vergaderen gewoonlijk in de kantoren van de Commissie overeenkomstig de vastgestelde procedures en tijdschema.
  8. De groep en de subgroepen vergaderen doorgaans ten kantore van de Commissie op de wijze en volgens het tijdschema die door de Commissie zijn bepaald.
  9. De groep en de werkgroepen vergaderen gewoonlijk in de kantoren van de Commissie op de wijze en volgens het tijdschema die door de Commissie worden bepaald.
  10. Het forum en zijn subgroepen vergaderen gewoonlijk ten kantore van de Commissie overeenkomstig de procedures en het tijdschema die door de Commissie worden bepaald.