Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vals
    niet juist; onjuist; niet terecht; onnauwkeurig; niet waar
    "iemand vals beschuldigen"
    Synoniemen: onjuist, onterecht, incorrect, onwaar
  2. vals
    vals; vals; gemeen
    "een valse hond"
    Synoniemen: dubbelhartig, gluiperig, valshartig
  3. vals
    nagemaakt
    "vals geld"
    Synoniemen: onecht
  4. vals
    van muziek; vals
    "vals zingen"
    Synoniemen: dissonant
  5. vals
    onecht, niet legitiem
    "Dit zijn valse biljetten van €20."
  6. vals
    ''bij honden'': geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten
    "Deze hond is mishandeld en daardoor vals geworden."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik gaf Tom een vals adres.
  2. "LGBT-gemeenschappen over de hele wereld noemen je een 'held' en zeggen dat je opzettelijk vals beschuldigd bent," legde Al-Sayib uit. "Maar de ordehandhavingsorganisaties bestempelen je allemaal als een medogenloos moordenaar. Welk van die twee ben je, Dima?"
  3. Beveiliging tegen vals alarm
  4. Bijnamen: Legija (vals identiteitsbewijs als IVANIC, Zeljko)
  5. Bijnaam: Legija (vals identiteitsbewijs als IVANIC, Zeljko)
  6. Bijnaam: Legija (vals identiteitsbewijs als IVANIC, Zeljko)
  7. er geen vals-positieve resultaten zijn en
  8. Het ETWC analyseert en classificeert elk nieuw type vals euromuntstuk.
  9. Ook melkproducten van individuele koeien kunnen vals-positieve resultaten opleveren.
  10. of het overgelegde reisdocument niet vals, nagemaakt of vervalst is;