Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. vaardig
    vaardig; handig; geroutineerd; bedreven; ver gekomen; zeer bedreven en ervaren; goed
    "(zij is) vaardig met naald en draad"
    Synoniemen: bedreven, behendig, geverseerd, habiel, routineus, vergevorderd, doorkneed, knap
  2. vaardig
    uitstekend tot een bepaalde taak in staat
    "Juramaia, de vroegste fossiele vertegenwoordiger van de Eutheria. was waarschijnlijk een vaardige klimmer en het vermogen in bomen te leven kan heel goed hebben bijgedragen tot het succes van de nieuwe groep."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. vaardig is een vervoeging van afvaardigen
  2. vaardig is een vervoeging van uitvaardigen

Voorbeeldzinnen

  1. Ik, Dermot Ahern, minister van Communicatie, Mariene en Natuurlijke Hulpbronnen, vaardig hierbij krachtens de mij bij afdeling 2, onderafdeling 1, van de Broadcasting (Major Events Television Coverage) Act 1999 (nr. 28 van 1999) en bij de Broadcasting (Transfer of Departmental Administration and Ministerial Functions) Order 2002 (S.I. nr. 302 van 2002) (zoals gewijzigd bij de Marine and Natural Resources (Alteration of Name of Department and Title of Minister) Order 2002 (S.I. nr. 307 van 2002)) verleende bevoegdheden, na overleg met de minister van Kunstzaken, Sport en Toerisme, zoals bepaald in onderafdeling 6 (zoals gewijzigd bij de Tourism, Sport and Recreation (Alteration of Name of Department, Title of Minister) Order 2002 (S.I. nr. 307 van 2002)) van die afdeling, de volgende beschikking uit op grond waarvan, overeenkomstig onderafdeling 7 van die afdeling, een ontwerp aan beide kamers van de Oireachtas (Parlement) is voorgelegd en door beide kamers een resolutie is aanvaard tot goedkeuring van het ontwerp: