Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. uitwendig
    buiten iets liggend, van buiten komend
    Synoniemen: extern, extrinsiek
  2. uitwendig
    zich aan de buitenzijde vertonend of daarop betr. hebbend
    "uitwendig(e) onderzoek/kneuzingen/verwondingen"
    Synoniemen: uiterlijk, exterieur, extern
  3. uitwendig
    zich aan de buitenkant bevindend
    "Zij leed aan een uitwendige infectie."

Voorbeeldzinnen

  1. Uitwendig verstikkingsgevaar
  2. Alleen voor uitwendig gebruik
  3. Alleen voor uitwendig gebruik.
  4. Alleen voor uitwendig gebruik
  5. Hals en nek (uitwendig): …
  6. Alleen voor uitwendig gebruik
  7. Uitsluitend voor uitwendig gebruik.”,
  8. Alleen voor uitwendig gebruik GEEN
  9. vrij van abnormaal uitwendig vocht,
  10. vrij van abnormaal uitwendig vocht,