Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. uiterlijk
    zich aan de buitenzijde vertonend of daarop betr. hebbend
    "uiterlijke kenmerken/veranderingen"
    Synoniemen: exterieur, extern, uitwendig
  2. uiterlijk
    betrekking hebbend op de buitenkant van iets of iemand
    "Een uiterlijk kenmerk van deze vogelsoort is een rode stuit."
  3. uiterlijk
    het laatst nog aanvaardbare
    "Dit is de uiterlijke datum van inzending."

Zelfstandig naamwoord

  1. uiterlijk
    zoals iets of iemand er van buiten uitziet

Bijwoord

  1. uiterlijk
    het laatst nog aanvaardbare
    "Dit moet uiterlijk op 1 juni ingezonden zijn."

Voorbeeldzinnen

  1. Mary is geobsedeerd door haar uiterlijk.
  2. Qua uiterlijk lijkt Dick op zijn moeder.
  3. Beoordeel iemand niet op zijn uiterlijk.
  4. Het uiterlijk is onbetrouwbaar", "Schijn bedriegt
  5. Zijn uiterlijk is zo veranderd, dat je hem misschien wel niet herkent.
  6. Uiterlijk
  7. Uiterlijk 31.5.2008
  8. vers van uiterlijk,
  9. Jaarlijks, uiterlijk 15 januari
  10. uiterlijk op 15 september: