Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. tuut (de ~ | meervoud tuten)
    ambtenaar van de politie
    Synoniemen: politieagent, agent, bout, diender, flic, gerechtsdienaar, glimmerik, juut, klabak, politie, politieambtenaar, politiebeambte, rakker, sjouter, smeris, wout, flik, pandoer