Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. tuig (het ~ | meervoud tuigen)
    gereedschap gebruikt bij het vissen; snoeren v.e. vishengel; visnetten
    Synoniemen: vistuig, want
  2. tuig (het ~ | meervoud tuigen)
    stelsel van riemen om dier te leiden
    "het paard het tuig aandoen/afdoen"
  3. tuig
    een met explosieven gevuld voorwerp
    Synoniemen: bom
  4. tuig
    vervoermiddel dat dient om goederen of personen over land te vervoeren
    Synoniemen: voertuig, vehikel
  5. tuig (het ~)
    slecht, onbeschoft volk
    "dat is nu eens echt tuig"
    Synoniemen: addergebroed, boeventuig, falderappes, gajes, geboefte, gebroed, gespuis, geteisem, satansgebroed, schorem, schorriemorrie, schuim, schuimsel, slangegebroed, slangengebroed, uitschot, uitvaagsel
  6. tuig
    het touwwerk en de zeilen van een schip
  7. tuig
    ding, voorwerp
    "Pas op anders gaat dat hele tuig in de fik."
  8. tuig
    machine, vervoermiddel
    "Als het tuig eenmaal in de ruimte is, begint de gewichtsloosheid een rol te spelen."
  9. tuig
    plebs, lieden van laag allooi
    "Ik laat me door dat tuig niet in de wielen rijden."
  10. tuig
    harnas, verameling riemen waarmee een persoon of dier in bedwang gehouden kan worden
    "Met dit tuigje kunnen we tenminste verhinderen dat onze peuter uit zijn kinderstoel valt."
  11. tuig
    de verzamelnaam voor alle zeilen, staand (vast) en lopend (beweegbaar) want, het touwwerk en de rondhouten die nodig zijn om een schip voort te bewegen en om een schip te laten ankeren

Verwijzingen

Werkwoord

  1. tuig is een vervoeging van tuigen

Voorbeeldzinnen

  1. Divers tuig
  2. Onbekend tuig [1]
  3. Geen tuig [2]
  4. het tuig is niet naar behoren gemerkt;
  5. het tuig heeft een illegale maaswijdte.
  6. De eindmarkeringsboeien worden als volgt aan het passief tuig bevestigd:
  7. Statisch (S) of gesleept (T) of mobiel (M) tuig
  8. met een lengte over alles van minder dan 8 meter, met gesleept tuig, of
  9. met een lengte over alles van minder dan 12 meter, zonder gesleept tuig, of
  10. het tuig is uitgezet in wateren met een grotere dan toegestane kaartdiepte;