Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. triple
    driedubbel; drievoudig; driema(a)l(ig)
    Synoniemen: drievoudig, driedubbel, drievuldig, driewerf, absoluut, onvermengd, onvoorwaardelijk, volstrekt, zuiver, puur

Voorbeeldzinnen

  1. Standard & Poor's also lowered to triple-„B” from triple- „B”-plus its long-term corporate credit rating on Orange S.A., FT ' s majority-owned wireless subsidiary.
  2. Een van hen is bijvoorbeeld Fastweb, een triple play operator via kabel, die onder meer ook betaaltelevisie aanbiedt.
  3. „Standard & Poor's said today that it has lowered its long- and short-term corporate credit ratings on France Telecom (FT) to triple-„B”/ „A-3” from triple- „B”-plus/ „A-2”.
  4. Triple play is een marketingterm voor het via een breedbandaansluiting in één pakket aanbieden van snel internet, telefoon- en televisiediensten.
  5. Volgens de berekeningen van UPC moet GNA tenminste 20 tot 22 EUR per maand berekenen voor een wholesaleaansluiting met „triple play”-diensten op zijn netwerk.
  6. Op grond van de Gewährträgerhaftung beschikte WestLB over een zogeheten triple-A-status, die herfinanciering op de markten tegen zeer gunstige voorwaarden mogelijk maakte.
  7. Met betrekking tot effecten op onderpand van activa, is de maatstaf van het Eurosysteem voor het minimumniveau voor hoge kwaliteitseisen gedefinieerd als een „triple A”-rating bij uitgifte.
  8. In de telecommunicatiesector wordt met de term „triple play” het aanbieden van snel-internettoegang, televisie- en telefoondiensten via één enkele breedbandaansluiting bedoeld.
  9. Met betrekking tot effecten op onderpand van activa, is de maatstaf van het Eurosysteem voor het minimumniveau voor hoge kwaliteitseisen gedefinieerd als een „triple A”-rating bij uitgifte.
  10. Ter staving van dit argument legde UPC gegevens voor inzake de totale opzeggingscijfers [34] voor zijn eigen kabelnet met betrekking tot de gebieden waar GNA reeds „triple play”-diensten aanbiedt [35].