Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. treuzel
    iemand die niet opschiet; iemand die treuzelt; iemand die expres treuzelt; zeurende treuzelaar
    Synoniemen: treuzelaar, dreutel, lijntrekker, plantrekker, teut

Verwijzingen

Werkwoord

  1. treuzel is een vervoeging van treuzelen