Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. treurigheid (de ~)
    iets treurigs
    "Zijn leven was een opeenschakeling van treurigheden."
  2. treurigheid (de ~)
    gevoel van droefheid
    "De treurigheid van de weduwe was aan haar gezicht af te lezen."
    Synoniemen: verdriet, bedroefdheid, droefenis, droefheid, kommer, pijn, smart, triestheid, treurnis, wee