Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. transport (het ~ | meervoud transporten)
    het (doen) verplaatsen; vervoer
    "het transport van [vloeistoffen/runderen/goederen/gas]"
    Synoniemen: vervoer
  2. transport (het ~ | meervoud transporten)
    overdracht van eigendom of recht
    "brief/akte van transport"
  3. transport
    vracht
    Synoniemen: lading, last, vracht
  4. transport
    het vervoeren van voorwerpen/mensen/brandstoffen of data van een ene naar een andere plaats

Voorbeeldzinnen

  1. Transport floatglas
  2. verpakking, transport en distributie;
  3. Transport, opslag en voorbehandeling
  4. Transport van elektriciteit:
  5. Transport in speciale vrachtwagens
  6. IRISL Multimodal Transport Company
  7. Transport via pijpleiding
  8. TRANSPORT- EN DISTRIBUTIEDIENSTEN
  9. Voertuigen voor intern transport
  10. Water-gasolie voor transport