Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. tovenaar (de ~ | meervoud tovenaars, tovenaren)
    iem. die kan toveren
    Synoniemen: duivelskunstenaar, heksenmeester, magiër, tovenares
  2. tovenaar
    een mannelijk iemand die kan toveren
    "Kinderen vinden verhalen over tovenaars vaak spannend."

Voorbeeldzinnen

  1. Ben je een tovenaar?
  2. Ik wil een tovenaar zijn.
  3. De tovenaar zwaaide met zijn toverstokje, en verdween in het niets.