Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. topper (de ~ | meervoud toppers)
    slim iemand; iem. die uitblinkt; iemand die ongelooflijke dingen kan; deskundige; toonaangevend iemand op bepaald gebied; iemand die ergens in uitmunt; iemand die ergens erg goed in is; op enige wijze opvallend iemand; iemand erg goed ergens in; iemand die ergens in uitblinkt; iemand die uitblinkt in bv. sport
    "De professor was een topper in zijn vakgebied."
    Synoniemen: uitblinker, aas, duivelskunstenaar, expert, grootmeester, kanjer, kraan, raspaardje, kei, crack
  2. topper (de ~ | meervoud toppers)
    soort eend (Aythya marila)
    "Enkele toppers foerageerden in de uiterwaarden."
  3. topper (de ~ | meervoud toppers)
    een wedstrijd op hoog niveau
    "de topper tussen Ajax en Feyenoord"

Voorbeeldzinnen

  1. De nieuwe film was een topper.