Betekenis van:
structuur

structuur
Zelfstandig naamwoord
  • de interne opmaak van een geheel
"Wat is de structuur van dat blad?"
structuur
Zelfstandig naamwoord
  • de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd

Voorbeeldzinnen

  1. De hersenen hebben een ingewikkelde structuur.
  2. De muziek is in balans met de structuur van de film.
  3. STRUCTUUR
  4. Structuur
  5. Fee-structuur
  6. Sernam: structuur
  7. de structuur,
  8. Structuur (structure)
  9. Interne structuur
  10. Structuur van de analyse
  11. Structuur van dit document
  12. „netwerk”: de grotere structuur:
  13. Structuur van het classificatiesysteem
  14. Structuur van de landbouwbedrijven
  15. Vluchthandboek — structuur en inhoud