Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. streng
    zich nauwgezet houdend aan regels of wetten
    "een streng(e) straf/oordeel/vonnis"
    Synoniemen: rigide
  2. streng
    weinig vrijheid veroorlovend, niet toegevend
    "een strenge onderwijzer"
    Synoniemen: gebiedend, gestreng, straf
  3. streng
    (van het weer) met hevigheid optredend
    "strenge vorst"
  4. streng
    zonder ruimte voor tegenspraak
    "Zijn strenge houding zorgde eindelijk voor een gedragsverandering bij de kwajongen."

Zelfstandig naamwoord

  1. streng
    orgaan of deel van een orgaan dat op een bundel draden lijkt

Verwijzingen

Werkwoord

  1. streng is een vervoeging van strengen

Voorbeeldzinnen

  1. Toms vader is erg streng.
  2. Hij was streng voor zijn kinderen.
  3. "We geven geen kortingen," zei de vrouw streng, "ongeacht hoe klein. En wilt u nu alstublieft het pak uittrekken als u het zich niet kunt veroorloven?"
  4. "Dima, "zei Al-Sayib streng, "je weet dat je als een broer van een andere moeder voor me bent, maar... een Arabier bedriegen is onvergeeflijk. Aju!"
  5. Oostenrijk Streng Geheim
  6. De regels inzake toetreding worden niet als streng beschouwd [10].
  7. De voorschriften inzake motorfietsemissies blijven dus even streng.
  8. De regelgeving voor toetreding wordt niet als streng beschouwd [12].
  9. De voorschriften voor de vervaardiging van verpakkingen zijn minder streng.
  10. De voorschriften voor de constructie van verpakkingen zijn minder streng.