Betekenis

Werkwoord

  1. straffen
    (iem.) straf geven, laten ondergaan
    "iemand voor [een inbraak] straffen"
    Synoniemen: aanpakken, bestraffen
  2. straffen
    negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
    "De leraar strafte hem omdat hij te laat kwam, hij moest een nablijfbriefje halen bij de conciërge."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. straffen is een vervoeging van afstraffen

Voorbeeldzinnen

  1. We zullen je straffen in de naam van de Maan!
  2. Indien de leerling beter zijn les kende, zou de leraar hem niet straffen.
  3. Door er één te straffen, kan men er honderd tot beter inzicht brengen
  4. Financiële straffen
  5. Straffen of disciplinaire maatregelen
  6. Andere straffen en maatregelen
  7. Proeftijdvoorwaarden of alternatieve straffen:
  8. Straffen voor mensensmokkelaars en mensenhandelaars
  9. voor het opleggen van straffen;
  10. Soorten proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen