Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. straf
    groot ongemak
    Synoniemen: crime
  2. straf (de ~ | meervoud straffen)
    maatregel tegen iets ongeoorloofds; toediening v.e. straf; bestraffende maatregel
    "een disciplinaire straf"
    Synoniemen: afstraffing, bestraffing
  3. straf
    maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding

Bijvoeglijk naamwoord

  1. straf
    erg, geweldig
    "een straffe wind"
    Synoniemen: hevig, sterk, hard, zwaar, ernstig, fel, stevig, erg, heftig, krachtig, vurig, vet
  2. straf
    weinig vrijheid veroorlovend, niet toegevend
    "een straffe maatregel/toon/blik"
    Synoniemen: streng, gebiedend, gestreng
  3. straf
    sterk
    "Straffe koffie."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. straf is een vervoeging van straffen

Voorbeeldzinnen

  1. Tieners zijn Gods straf voor seks.
  2. Geen straf zonder wetten
  3. Er is geen misdaad, (dus) geen straf als er geen voorafgaande (straf)wettelijke bepaling is
  4. De straf kan verminderen, de schuld zal eeuwig zijn
  5. Romans go home" uit Monty Python's Life of Brian. Terwijl hij "Romanes eunt domus" op de muur schrijft, wordt hij gesnapt door een Romeinse centurion, die hem voor straf 100 maal de correcte vertaling "Romani ite domum
  6. Straf
  7. Militaire straf
  8. een voorwaardelijke straf,
  9. een alternatieve straf
  10. een alternatieve straf;