Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. stof
    zeer fijn droog zand op de wegen
  2. stof (de ~ | meervoud stoffen)
    stof; substantie; materie
    "organische stof"
    Synoniemen: materie, substantie
  3. stof (de ~)
    materiaal, onderwerp
    "stof tot nadenken (geven)"
    Synoniemen: materie
  4. stof
    tot gruis gemalen of uiteengevallen vaste stof
    Synoniemen: poeder, pulver, poeier
  5. stof (de ~ | meervoud stoffen)
    stuk geweven stof
    "een stuk/reep stof"
    Synoniemen: weefsel, doek, textiel
  6. stof
    heel kleine deeltjes
  7. stof
    materiaal, chemische verbinding
  8. stof
    weefsel, textiel

Voorbeeldzinnen

  1. Deze stof houdt zich goed.
  2. Hij is allergisch voor stof.
  3. Het meisje maakte een pop van een stukje stof.
  4. We zijn stof en schaduw
  5. Op de woordenboeken ligt niets dan stof, op de mijne tenminste.
  6. Bedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren
  7. Als ze je niet ontvangen en niet luisteren naar je woorden, ga dan weg uit dat huis of die stad en stamp het stof van je voeten.
  8. Stof
  9. Stof
  10. Stof.