Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. stoet (de ~ | meervoud stoeten)
    grote drom mensen
    "een stoet [mensen/legervoertuigen]"
    Synoniemen: menigte, drom, heer, heir, horde, leger, legerschaar, legioen, massa, mensenmassa, mensenmenigte, mensenzee, myriade, schare, volk, sleep, schaar, meute
  2. stoet (de ~ | meervoud stoeten)
    vloerbrood
    Synoniemen: stol
  3. stoet
    een in een lange rij optrekkende groep mensen of dieren
    "Is die stoet nou nog niet afgelopen?"
  4. stoet
    een grote hoeveelheid
    "Oh, daar is een hele stoet van!"