Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. stipt
    op tijd; vroeg
    Synoniemen: tijdig, vroegtijdig, accuraat, nauwgezet, nauwkeurig, prompt, zorgvuldig, punctueel
  2. stipt
    zorgvuldig; nauwkeurig; stipt, nauwgezet; nauwkeurig; nauwgezet; punctueel; nauwgezet; nauwgezet; stipt; zorgvuldig
    "stipte naleving/nakoming/betaling"
    Synoniemen: consciƫntieus, nauwgezet, punctueel, scrupuleus, secuur, accuraat, nauwkeurig, prompt, precies
  3. stipt
    precies op tijd komend
    "Het is vreemd dat hij er niet is, want hij is altijd zo stipt."
  4. stipt
    nauwgezet.
    "Stipte naleving hiervan is vereist."

Bijwoord

  1. stipt
    met grote precisie
    "Deze aanwijzingen moeten stipt opgevolgd worden voor het beste resultaat."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. stipt is een vervoeging van stippen

Voorbeeldzinnen

  1. Ik verwacht dat je stipt bent.
  2. Zoals gewoonlijk was Mike op tijd. Hij is zeer stipt.