Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. stevig
    (van spijzen) zwaar op de maag liggend
    "stevige kost"
    Synoniemen: machtig, voedzaam
  2. stevig
    erg, geweldig
    "een stevige wind/bries/storm"
    Synoniemen: hevig, sterk, hard, zwaar, ernstig, fel, erg, heftig, krachtig, straf, vurig, vet
  3. stevig
    krachtig, stevig
    "een stevige knul/bonk/meid/tante"
    Synoniemen: fors, breedgebouwd, fiks, flinkgebouwd, forsgebouwd, grofgebouwd, potig, robuust, zwaargebouwd, vierkant, flink, groot
  4. stevig
    degelijk; kan tegen een stootje; solide
    "een stevig(e) touw/kabel/constructie/kooi/tafel"
    Synoniemen: degelijk, sterk, solide
  5. stevig
    van aanzienlijk sterkte
    "De bokser deelde in die ronde een paar stevige klappen uit."

Voorbeeldzinnen

  1. Deze brug lijkt stevig.
  2. Ze hield mijn hand stevig vast.
  3. Ze hield mijn arm stevig vast.
  4. stevig,
  5. moeten stevig zijn uitgevoerd,
  6. stevig tot hard, snijdbaar
  7. moeten stevig en duurzaam zijn;
  8. stevig vastgemaakt aan het vistuig;
  9. stevig tot soepel en smedig
  10. Leuningen en handgrepen moeten voldoende stevig zijn.