Betekenis

Werkwoord

  1. sterven
    (van mensen) doodgaan
    "sterven aan een [ziekte/uitputting/onderkoeling/ondervoeding/...]"
    Synoniemen: expireren, insluimeren, ontslapen, overlijden, peigeren, verrekken, verscheiden, heengaan, kapotgaan, versmachten, inslapen, creperen
  2. sterven
    overgaan van levende toestand naar dode toestand

Verwijzingen

Werkwoord

  1. sterven is een vervoeging van aansterven
  2. sterven is een vervoeging van afsterven
  3. sterven is een vervoeging van uitsterven
  4. sterven is een vervoeging van wegsterven

Voorbeeldzinnen

  1. Er sterven dagelijks mensen.
  2. Alle mensen moeten sterven.
  3. Er sterven dagelijks goede mensen.
  4. Ik wil met Getter Jaani sterven.
  5. De hond is aan het sterven.
  6. Er sterven dagelijks veel goede mensen.
  7. Ik ben altijd klaar om te sterven.
  8. Als ik sterf, wil ik als maagd sterven.
  9. Zoals iemand leeft, zo zal hij ook sterven.
  10. Zij, van wie de goden houden, sterven jong.