Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. sterk
    in staat veel kracht te ontwikkelen
    "wie niet sterk is, moet slim zijn"
    Synoniemen: krachtig, gespierd
  2. sterk
    van dranken e.d.
    "sterke drank"
  3. sterk
    erg, geweldig
    "een sterke groei/stijging/daling/toename/afname/verhoging/verlaging"
    Synoniemen: hevig, hard, zwaar, ernstig, fel, stevig, erg, heftig, krachtig, straf, vurig, vet
  4. sterk
    mentaal sterk; met mentale kracht; flink; moedig
    "een sterk(e) karakter/persoonlijkheid"
    Synoniemen: krachtig, ferm, flink
  5. sterk
    degelijk; kan tegen een stootje; solide
    "het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen"
    Synoniemen: degelijk, stevig, solide
  6. sterk
    beschikkend over kracht of vaardigheid
    "Het was een sterke kerel die de biels optilde."
  7. sterk
    een grote concentratie van iets bevattend
    "Een sterke oplossing."
  8. sterk
    zo opvallend dat het aan het ongelooflijke grenst
    "Dat is een sterk verhaal."

Bijwoord

  1. sterk
    in sterke mate
    "Dat is sterk overdreven!"

Verwijzingen

Werkwoord

  1. sterk is een vervoeging van sterken

Voorbeeldzinnen

  1. Melk maakt ons sterk.
  2. Zij is sterk.
  3. Die bloem ruikt sterk.
  4. Onze honkbalploeg is erg sterk.
  5. Taro heeft een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.
  6. Ik ben net zo sterk als jij.
  7. Mijn broer is klein maar sterk.
  8. Hij is zo sterk als een paard.
  9. Ze zijn even sterk als wij.
  10. Deze jongen heeft een sterk, gezond lichaam.