Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. stel (het ~ | meervoud stellen)
    geheel van bij elkaar behorende zaken
    "een stel [boeken/kinderen/auto's]"
    Synoniemen: span, unit
  2. stel (het ~ | meervoud stellen)
    hoeveelheid die uit afzonderlijke, telbare eenheden bestaat
    "een stel [ondergoed]"
    Synoniemen: aantal, getal, tal
  3. stel
    twee mensen die bij elkaar horen; twee mensen of dingen samen
    Synoniemen: duo, span, stelletje, tweespan
  4. stel
    een tweetal of een klein aantal bij elkaar behorende onderdelen of mensen
    "Wat een knap stel, die twee!"

Verwijzingen

Werkwoord

  1. stel is een vervoeging van stellen

Voorbeeldzinnen

  1. Hij heeft een stel spannende detectives geschreven.
  2. Ik stel voor dat je haar een bedankbrief schrijft.
  3. Stel nooit uit tot morgen wat je overmorgen kunt doen.
  4. Ik stel mijn reis naar Schotland uit tot het warmer is.
  5. Stel u voor dat ge begint te hikken en niet meer kunt ophouden.
  6. Stel dat je een miljoen yen hebt, wat zou je daarmee gaan doen?
  7. Stel:
  8. Stel:
  9. Stel in op 13°
  10. 1 stel reserveonderdelen.