Betekenis

Werkwoord

  1. stappen
    aan de zwier zijn; inspannend lopen; in een sliert gaan; op stap gaan
    "met iemand een avond gaan stappen"
    Synoniemen: boemelen, dweilen, pierewaaien, pintelieren, rinkelrooien, sjouwen, slieren, slijpen, wallebakken
  2. stappen
    lopen; ferm lopen; passen maken; in een richting stappen
    "door het park stappen"
    Synoniemen: banjeren, stiefelen, afstappen
  3. stappen
    een stap doen
    "Wij stapten op de trein."
  4. stappen
    een avondje uit gaan
    "We zijn gisteren wezen stappen."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. stappen is een vervoeging van aanstappen
  2. stappen is een vervoeging van afstappen
  3. stappen is een vervoeging van binnenstappen
  4. stappen is een vervoeging van doorstappen
  5. stappen is een vervoeging van heenstappen
  6. stappen is een vervoeging van instappen
  7. stappen is een vervoeging van misstappen
  8. stappen is een vervoeging van opstappen
  9. stappen is een vervoeging van overstappen
  10. stappen is een vervoeging van rondstappen
  11. stappen is een vervoeging van uitstappen
  12. stappen is een vervoeging van voortstappen

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben te moe om nog verder te stappen.
  2. Zijn stappen waren duidelijk zichtbaar in de sneeuw.
  3. De bus stopte om passagiers in te laten stappen.
  4. BENADERING IN TWEE STAPPEN
  5. Een benadering in twee stappen
  6. Termijnen voor te nemen stappen
  7. Een risicobeoordeling in drie stappen
  8. De procedure verloopt in twee stappen:
  9. De testmethode omvat de volgende stappen:
  10. Deze methodiek omvat de volgende stappen: