Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. sprakeloos
    stomverwonderd; verbijsterd; met stomheid geslagen; perplex; erg verbaasd
    "sprakeloos van verbazing"
    Synoniemen: stomverbaasd, perplex, stomverwonderd, stupéfait, verbluft, verbouwereerd
  2. sprakeloos
    niet kunnende spreken

Voorbeeldzinnen

  1. Tom was sprakeloos.