Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. spitsuur (het ~ | meervoud spitsuren)
    periode met druk verkeer; periode met druk verkeer
    "in/tijdens het spitsuur"
    Synoniemen: spits
  2. spitsuur
    de tijd van de dag dat de drukte op de weg het grootst is
    "Tijdens de spitsuren wordt de vluchtstrook opengesteld voor verkeer."
  3. spitsuur
    topdrukte
    "Momenteel is het spitsuur in de winkel."