Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. spits
    onvertakte hoorn van een jong hert
  2. spits (de ~ | meervoud spitsen)
    puntig uiteinde
    "iets op de spits drijven"
  3. spits
    meestal kleine, langharige hond; langharige hond met een spitse snuit
    Synoniemen: keeshond, kees, spitshond
  4. spits (de ~ | meervoud spitsen)
    speler die opgesteld staat in de voorhoede
    "hij speelt in de spits"
    Synoniemen: voorhoedespeler, aanvaller, puntspeler, spitsspeler, voorspeler, voorwaarts
  5. spits
    organisatie die voor een zaak strijdt; voorste of voorafgaande afdeling van een groep mensen; voorste deel v.e. groep
    Synoniemen: aanvalsfront, aanvalslinie, front, voorhoede
  6. spits (de ~ | meervoud spitsen)
    periode met druk verkeer; periode met druk verkeer
    "in de spits zitten"
    Synoniemen: spitsuur
  7. spits
    motorschip met een platte boeg
  8. spits
    drukte in het verkeer op bepaalde tijdstippen
    "Hij ging in de spits naar zijn werk."
  9. spits
    een voetballer die voor in het veld staat
    "Van de aanvallers is de spits meestal diegene die de meeste doelpunten maakt."
  10. spits
    kleine, oorspronkelijke soort honden
  11. spits
    klein vrachtschip

Bijvoeglijk naamwoord

  1. spits
    schrander; helder van geest; pienter; snedig; snel van geest; scherpzinnig
    "een spits(e) antwoord/opmerking"
    Synoniemen: scherpzinnig, lucide, schrander, spitsvondig, scherp
  2. spits
    in een punt eindigend; puntig; puntig; spits
    "een spitse toren/snuit/neus"
    Synoniemen: gepunt, spitsig, scherp, puntig
  3. spits
    in een punt uitkomend
    "Hij kreeg de spitse pijl in zijn been."
  4. spits
    scherpzinnig.
    "Ze gaf hem weer zo'n spits antwoord."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. spits is een vervoeging van spitsen

Voorbeeldzinnen

  1. Het recht tot op de spits drijven is het onrecht tot op de spits drijven
  2. hele vleugels, ook indien zonder spits
  3. In deze simulatie met vluchtprognoses bleken er zich in de spits aanzienlijke vertragingen voor te doen bij de start- en landingsbewegingen.
  4. „hele vleugels, ook indien zonder spits” bedoeld bij de onderverdelingen 02071330, 02071430, 02072630, 02072730, 02073531 en 02073631: delen van pluimvee, bestaande uit het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen met de daaraan gehechte spiermassa.