Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. spetter (de ~ | meervoud spetters)
    lichamelijk aantrekkelijke man of vrouw
    "een enorme spetter"
    Synoniemen: brok, kanjer, knapperd, stoot, stuk
  2. spetter (de ~ | meervoud spetters)
    afspringend of opspringend deeltje van vocht, modder, gesmolten metaal enz.
    "een spetter [regen]"
    Synoniemen: spet, spat
  3. spetter
    / in het rond geslingerde druppel
    "Nu zitten er weer spetters op mijn zojuist gezeemde raam!"
  4. spetter
    ''populair'': sexueel aantrekkelijke jongeman
    "Wat een spetter zeg!"

Verwijzingen

Werkwoord

  1. spetter is een vervoeging van spetteren