Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. specialist (de ~ | meervoud specialisten)
    gespecialiseerde arts
  2. specialist (de ~ | meervoud specialisten)
    iemand met veel specifieke kennis; deskundige; deskundige
    "een specialist in [belastingzaken]"
    Synoniemen: deskundige, deskundoloog, expert, autoriteit
  3. specialist
    persoon die ergens veel verstand van heeft
  4. specialist
    arts die een bepaald onderdeel van de geneeskunde beoefent

Voorbeeldzinnen

  1. De opleiding tot medisch specialist
  2. Benamingen van opleiding tot medisch specialist
  3. Opleiding tot specialist in de tandheelkunde
  4. „Roemenië: Medic specialist medicină de familie”
  5. Benamingen van opleidingen tot medisch specialist
  6. Benamingen van opleidingen tot medisch specialist”:
  7. „Roemenië: Certificat de medic specialist medicină de familie”
  8. inDenemarken, de zorgverstrekker, gewoonlijk de huisarts, die u naar een specialist zal verwijzen;
  9. Het verslag vermeldt slechts één kleine specialist van openbronsoftware die dezelfde dekking aanbiedt.
  10. In bijlage V, onder „V.1. ARTS”, wordt punt 5.1.3. „Benamingen van opleidingen tot medisch specialist” vervangen door het volgende: