Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. soeverein (de ~ | meervoud soevereinen)
    iem. die ergens regeert
    Synoniemen: heerser, potentaat, heer

Bijvoeglijk naamwoord

  1. soeverein
    oppermachtig
    "een soevereine vorst/staat"
  2. soeverein
    op zichzelf staand
    Synoniemen: zelfstandig, autonoom, onafhankelijk

Voorbeeldzinnen

  1. Deze Canadese wetgeving betreft een verhoging van de veiligheid en de voorwaarden voor toegang tot het land, aangelegenheden waarvoor Canada soeverein besluiten kan treffen.
  2. Op 13 december heeft de Raad gewezen op het belang van de presidentsverkiezingen van 31 oktober en 28 november 2010 voor het herstel van de vrede en de stabiliteit in Ivoorkust en heeft de Raad gesteld dat de door het volk van Ivoorkust soeverein tot uitdrukking gebrachte wil onvoorwaardelijk moet worden geƫerbiedigd.