Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. snede (de ~ | meervoud sneden)
    plak of schijf van iets afgesneden; schijf of plak
    "een snede/snee(tje) brood"
    Synoniemen: snee
  2. snede
    wat door insnijden is gemaakt
    Synoniemen: insnijding, incisie, insectie, snee, rits
  3. snede (de ~ | meervoud sneden)
    snijwond; opening of wond; wond veroorzaakt door snijden
    "een snede in [zijn vinger]"
    Synoniemen: snee, snijwond
  4. snede (de ~ | meervoud sneden)
    vrouwelijk geslachtsdeel; (vulgair) vagina; vagina; (vulgair) vagina; schaamspleet; vagina; buisvormig deel van de vrouwelijke geslachtsorganen bij mensen en hogere dieren, dat toegang verleent tot de baarmoeder; zwak iemand; vagina
    Synoniemen: vagina, flamoes, kut, poes, spleet, trut, gleuf, pruim, snee, mossel, schede
  5. snede (de ~ | meervoud sneden)
    kant v.e. object waar je mee snijdt; scherpe kant v.e. voorwerp; scherpe zijkant of punt v.e. wapen
    "op het scherp van de snede"
    Synoniemen: snijkant, scherp

Voorbeeldzinnen

  1. Snede-inoculatie
  2. WAARDE VAN DE SNEDE
  3. langs een rechte snede evenwijdig met de schedel;
  4. tabak van fijne snede, bestemd voor het rollen van sigaretten:
  5. Stop de snede dicht met steriele vaseline uit een injectiespuit.
  6. Bij een dimlicht wordt het lichtdoorlatende gedeelte aan de kant van de snede begrensd door het op de lens zichtbare spoor van de snede.
  7. Het vlees tussen de ribben en het borstvlies moet in één snede met de ribben worden verwijderd.
  8. Tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten als omschreven in artikel 6 van Richtlijn 95/59/EG
  9. Bij een dimlicht wordt het lichtdoorlatende gedeelte begrensd door het op de lens zichtbare spoor van de snede.
  10. Voor zaadsoorten die na de tweede snede worden geoogst, is de toe te passen datum 1 september van het oogstjaar.